Naar inhoud springen

neiging

Uit WikiWoordenboek
  • nei·ging
enkelvoud meervoud
naamwoord neiging neigingen
verkleinwoord neiginkje neiginkjes

de neiging v

  1. het onbewust graag op een bepaalde manier gedragen
    • Hij heeft soms de neiging om weg te dromen. 
    • Ik heb zelf de neiging om voor het andere te kiezen. 
    ▸ Ze greep de reling vast, vechtend tegen de neiging om te springen, zich in het kolkende water te laten vallen.[1]
    ▸ Ik heb de neiging om haar hand te pakken en mijn hoofd op haar schouder te leggen.[2]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. ↑
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. ↑
    Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  3. ↑ Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be